Educatief partnerschap wordt in het primair onderwijs heel belangrijk, aldus bestuurders en beleidsmakers. School en ouders moeten gelijkwaardige partners worden bij de educatie van de leerling, vanuit wederzijdse betrokkenheid. Wat dit precies inhoudt is onduidelijk. Eén ding is zeker: communicatie is cruciaal. En: basisscholen benutten nauwelijks het digitale kanaal. In deze eerste blog – in een reeks van 3 – ga ik in op educatief partnerschap en de rol van communicatie.
De komende jaren word ik – als ouder van twee kinderen – educatief partner. Dat is in elk geval de bedoeling. Dan is het handig als ik weet wat dat is. En misschien is het minstens zo handig als mijn partners in school – de leerkrachten – dit ook weten. Dus: dat zoeken we even op, was mijn eerste gedachte. Wat blijkt: educatief partnerschap bestaat op papier al jaren. In 2005 verscheen een brochure over het onderwerp. Kennelijk is het niet gelukt om in zes jaar tijd helder invulling te geven aan dit partnerschap. Wat ik ben tegengekomen op het web varieerde nogal of was vrij vaag. Gesprekken met schooldirecteuren bevestigen dit beeld. En misschien is dat ook wel goed. Dat geeft scholen en ouders ruimte voor eigen invulling.
Hoe vergroot je ouderbetrokkenheid?
Basisscholen die van ouders educatief partners willen ‘maken’ – en dus de ouderbetrokkenheid willen vergroten – zouden op de eerste plaats moeten vaststellen wat het bestuur, school, schooldirecteuren, leerkrachten én ouders hieronder verstaan. En waar de grenzen liggen. Het samen zoeken en vaststellen van een ‘definitie’ garandeert al een zekere mate van betrokkenheid. Daarbij is het van groot belang dat basisscholen anders gaan communiceren, de dialoog met ouders moeten aangaan. Uit onderzoek blijkt dat scholen vooral zenden en dat er nauwelijks sprake is van het uitwisselen van informatie en ervaringen. Communicatie is dus cruciaal en draagt bij aan een grotere betrokkenheid.
Wat zijn de ontwikkelingen in communicatie?
De laatste jaren hebben consumenten (lees: ouders) – door de opkomst van de sociale media – veel meer invloed en macht. Ouders/verzorgers vinden elkaar in groepen, leggen – bijvoorbeeld via LinkedIn – vraagstukken aan elkaar voor en kunnen gemakkelijk informatie vinden over de meest uiteenlopende onderwerpen. In ‘webtermen’: mensen zijn in toenemende mate bezig met rating, ranking en recommendations. Dit dwingt organisaties (ook scholen) om transparant te zijn. Niet alleen online, ook offline! Ook het onderwijs ontkomt hier niet aan. Meer openheid betekent ouders maximaal en proactief infomeren, de dialoog én de discussie met ouders aangaan, transparant zijn over zaken die er toe doen. Dit alles op een manier die past bij de huidige tijdgeest waarin (vaak) beide ouders/verzorgers werken, mensen mondig zijn, middelen altijd en overal toegankelijk zijn (opmars van smartphones) en tijd schaars is.
Communicatie met ouders: waarover en waarmee?
Dit klinkt allemaal best logisch. Maar waarover communiceer je dan? Welke middelen zet je in? Waar haal je als school de tijd vandaan en wat vraagt dit van leerkrachten? Wat mag je van ouders verwachten? Er is geen eenduidig antwoord op deze vragen omdat elke school anders is, oudergroepen verschillend zijn, de ene school verder is in dit traject dan de andere school. Wat de communicatie met ouders betreft, zijn er – ondanks de verschillen – wel algemene uitgangspunten te bedenken die scholen als houvast kunnen gebruiken.

